In de geschiedenis hebben veel rampen plaatsgevonden. Grote rampen, kleine rampen. Voor de één een ramp en de ander een zegen én soms een geluk bij een ongeluk. Ook in het archief komen rampen voor. Als archiefbeheerders proberen we natuurlijk om rampen in het archief te voorkomen, maar we houden ook rekening met de nasleep van een ramp en het werkzaamheden na een calamiteit. Vandaag: beestjes en schimmels.

Toen de schrijver dezes net in het archiefwezen werkte en werd opgeleid door een ‘oude rot in het vak’, kwam er een alleraardigste dame aan de balie in de studiezaal. Ze had een boek vol oude ansichten bij haar, dat ze graag wilde schenken aan het archief. We waren geïnteresseerd, tot we het boek opensloegen en daar een hele kolonie papiervisjes uit kwam zetten. Dé nachtmerrie van elke archivaris. Zo snel als we konden hebben we het boek in een dichte plastic zak gepropt, zodat de groep papiervisjes niet verder konden koloniseren.

Schimmels
Van papiervisjes weten de meeste mensen wel dat ze schade in het papier veroorzaken. Maar schimmels daarentegen niet. Schimmels groeien op plekken waar een voedingsbodem is, met een vochtige lucht, zoals je badkamer.
Schimmels hebben geen bladgroen, zoals planten, en halen daarom hun voeding uit organisch materiaal. Zoals – u raadt het al – papier. Naast een voedingsbodem hebben schimmels zuurstof nodig. Een fijne temperatuur wordt ook gewaardeerd evenals vocht. Een relatieve luchtvochtigheid van zo’n 70-100 % is nodig om te ontwikkelen. Over het algemeen wordt aangehouden dat schimmels zich niet ontwikkelen onder een RV van 65%.

Maar wat is er dan zo erg aan schimmels? Door hun groei veroorzaken ze schade aan de archieven. Ze maken bijvoorbeeld tekst onleesbaar. Daarnaast kunnen schimmeldraden door de structuur van het materiaal groeien en het zo aantasten. En om aan voedingsstoffen te komen, breken ze de stof af en daarmee dus ook belangrijk archief.

Voorkomen is beter dan genezen
In het archief wordt altijd geprobeerd om schimmels en beestjes buiten te houden. Dat lukt nooit voor 100%, daarom moet ervoor worden gewaakt dat de schimmel(sporen) en beestjes zich in ieder geval niet voort kunnen planten. In een archiefbewaarplaats wordt door een klimaatinstallatie altijd een constante temperatuur verspreid. Dat varieert tussen 16 en 20 graden, met een focus op 18 graden. Die constante temperatuur zorgt ervoor dat eitjes van de papiervisjes niet uitkomen.

Een andere maatregel is het laag houden van de luchtvochtigheid. Daardoor kunnen schimmels zich niet ontwikkelen. Én als er nieuw archief binnenkomt, wordt dat eerst bestraald met gammastraling, alvorens het in de archiefbewaarplaats wordt geplaatst. Gammastraling is net als schimmels schadelijk is voor het materiaal, doordat het verouderingsproces wordt versneld. Toch staat het nadeel daarvan niet in verhouding met het voordeel dat straling alle schimmels en beestjes doodt.

Het kan gebeuren dat er onverhoopt tot een plaag uitbreekt. Dan moet er ontsmet worden. Dat kan op meerdere manieren, maar ook hier is gammastraling vaak de meest gekozen oplossing. Het nadeel is echter dat alle archief verplaatst moet worden naar een bedrijf dat de bestraling uitvoert.

Over het algemeen wordt de collectie goed in de gaten gehouden. We nemen dan ook regelmatig schimmeltesten af. Die geven in gradaties aan of en hoe ernstig een schimmelplaag dan is. Blijkt het ernstig of kan het tot een ernstige situatie leiden, dan wordt er actie ondernomen.