In de geschiedenis hebben veel rampen plaatsgevonden. Grote rampen, kleine rampen. Voor de één een ramp en de ander een zegen én soms een geluk bij een ongeluk. Ook in het archief komen rampen voor. Als archiefbeheerders proberen we natuurlijk om rampen in het archief te voorkomen, maar we houden ook rekening met de nasleep van een ramp en het werkzaamheden na een calamiteit.

“De vlammen sloegen in razend tempo om zich heen. Er was geen tijd meer om emmers met water te vullen en te blussen. Het ene na het andere huis ging in rook op. Ook het stadhuis stond al in lichterlaaie. Het archief, het archief! Zou het nog te redden zijn, vroegen alle burgemeesters, schepen en raden zich af. Iedereen besefte dat deze brand de stad geen goed deed en dat was nog maar zacht uitgedrukt…”

Is dit wat er in 1503 bij de stadsbrand in Harderwijk gebeurde? Er zijn aantoonbare hiaten in het Harderwijker oud-archief, zoals we hebben gelezen in het artikel over de stadsbrand. Enkele oorkonden van voor 1503 zijn wel bewaard gebleven en zonder enige merkbare schade. Dat duidt erop dat het archief toentertijd op verschillende plaatsen is bewaard.

Brand in oud archief
Over het algemeen werd archief vroeger in beslagen kisten bewaard. Zo bleef het beschermd tegen invloeden van buitenaf. Archief heeft altijd een grote meerwaarde gehad – het kon je status aantonen – en heeft daarom altijd een goede bescherming gehad. Een ander voorbeeld van een archief dat ternauwernood is ontkomen aan de vuurzee is het oud archief van Kampen. Toen het Kamper stadhuis in 1543 bijna werd verwoest door brand, bleef het archief wonder boven wonder bewaard. En dat dankzij een ijzeren deur in de toren, die oorspronkelijk uit het roofslot Voorst kwam. De Kampenaren hadden de deur, gedateerd op circa 1300, meegenomen nadat het roofslot met de grond gelijk was gemaakt. Ook toen was een circulaire samenleving al belangrijk en dus werd de deur in de toren geplaatst. Dat het Kamper archief bewaard is gebleven, is te danken aan die deur.

Voorzorgsmaatregelen
Tegenwoordig wordt archief in een geklimatiseerd depot bewaard. Zo’n depot is waterdicht en vaak ook enkele uren brandvrij. Nieuw gebouwde archiefbewaarplaatsen moeten aan bepaalde eisen voldoen, waaronder voor een aantal uren brandvrij blijven. Mocht er toch brand ontstaan in de archiefbewaarplaats of daar naar overslaan, dan mag de brandweer absoluut niet met water blussen. Water brengt de stukken nóg meer schade aan dan roet. Op de deur van de archiefbewaarplaats hangt dan vaak ook een sticker dat de brandweer niet zomaar mag blussen.
Waar dan wel mee blussen? In elke bewaarplaats hangt een CO2-blusser. Deze blussers vervangen zuurstof voor kooldioxide, waardoor het vuur dooft. Deze soort blusmiddelen geven de minste schade aan de archieven. In sommige archiefbewaarplaatsen is een installatie gebouwd dat bij brand de zuurstof aan de lucht onttrekt, waardoor het vuur geen kans krijgt om uit te breiden. Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe beschikt niet over zo’n archiefbewaarplaats.

Wat te doen bij schade?
Het kan uiteraard helemaal fout gaan. Als papier brandt, zal het snel vergaan en valt er niet meer veel te redden. Maar roetschade is een ander verhaal, bij brand treedt dat snel op. Ook dan is er vaak schade aan het archief. Toch kan dat grotendeels hersteld worden.
Na een brand wordt altijd eerst geïnspecteerd. Er wordt gekeken naar de oorzaak van de brand en welk archief beschadigd is. Hierbij is het belangrijk om beroet archief niet aan te raden. Als het eenmaal is aangeraakt is het vaak niet meer te verwijderen. Ook wordt er getracht om roetdeeltjes niet verder te laten verspreiden. Die kunnen dan alsnog op de archiefstukken terecht komen.
In alle gevallen wordt een gespecialiseerd bedrijf ingeschakeld dat ervaring heeft met het inpakken en restaureren van beschadigd materiaal. Zij behandelen het beschadigde archief en proberen het in een zo goed mogelijke conditie weer te retourneren.