De grote stadsbrand
Op 31 juli 1503 werd de stad Harderwijk opgeschrikt door een enorme brand. Helaas weten we tot op heden weinig over het ontstaan en de gevolgen van de brand. Dit geldt eveneens voor de wederopbouw van de stad. Maar, dat de brand groot was, staat wel vast.
Zo zouden alle kerkgebouwen in de stad branden. We kunnen hier leunen op een verslag van een ooggetuige. Pater Jan de Waal uit Amersfoort was op deze rampzalige dag in de stad aanwezig en heeft de gebeurtenis vastgelegd. Daarnaast getuigen de vele financiële steunbetuigingen door vriend en vijand over de schaalgrote van de ramp. Zo droeg het hof in Gelre veelvuldig bij aan de wederopbouw en kwamen burgemeester en inwoners van Arnhem in eigen persoon helpen, maar ook de stad Kampen, waarmee Gelre destijds in oorlog was, doneerde een bedrag.

Brand in middeleeuwse steden
De middeleeuwse steden waren vatbaar voor dergelijke stadsbranden. Het was niet de eerste stadsbrand en zou ook niet de laatste zijn. In 1424, 1524 en 1528 brandde eveneens grote delen van Harderwijk af. In de late Middeleeuwen probeerde men zeker wel maatregelen te treffen om branden en de verspreiding er van te voorkomen. Veel steden namen maatregelen om branden te voorkomen door bijvoorbeeld verplicht te stellen dat er gebouwd werd in steen en dat er dakpannen gelegd werden als dakbedekking. Zo ook in Harderwijk, uit het keurboek blijkt dat er subsidies werden gegeven. Echter kan een omgevallen kaars of olielamp natuurlijk al snel voor een brand zorgen. Daarnaast werden de huizen dicht tegen elkaar aangebouwd, zoals nog altijd goed te zien is in het straatbeeld van Harderwijk en andere middeleeuwse steden. Een brand kon daarom relatief eenvoudig overslaan van het ene gebouw naar het andere. In combinatie met een harde wind die over de stad waait, zou het vuur zich snel hebben kunnen verspreid.

Gevolgen voor het archief
De brand in 1503 heeft ook het stadhuis en het middeleeuws archief bereikt. Zo ontbreken er registers en delen van vóór 1503 die men wel zou verwachten. Zo zijn er geen stedelijke rekeningen overgeleverd van vóór 1503. Hetzelfde geldt voor de rechterlijke archieven, waar het op lijkt dat een aantal registers van vóór 1503 met de brand verloren zijn geraakt. De oorkonden van de stad bleven wel bewaard. Hetgeen getuigt dat archiefdelen op verschillende plaatsen bewaard werden. Ongetwijfeld werden de oorkonden in een beslagen kist met lades bewaard. Echter bij een dergelijke hitte van een brand zouden in ieder geval de zegels zijn gesmolten. Het kan daarom niet anders dan dat delen van archieven op verschillende plekken bewaard werden. Er is nog te weinig bekend over het verlies van archivalia en de verschillende bewaarplaatsen van het stedelijk archief.

Helaas voor de stad Harderwijk was het nog maar het begin van een moeilijke periode. In de navolgende jaren zou de stad getroffen worden door epidemieën en kreeg het te maken met zware belastingen. In 1505 werd de stad ingenomen door vijandelijke troepen. In de jaren er na werden er Gelderse troepen ingekwartierd die op hun beurt wel eens voor overlast zorgden. Ten slotte liet de hertog in 1519 een dwangburcht bouwen en een deel van het stadsbestuur ontslaan, nadat er ongeregeldheden in de stad waren geweest.