In Afgestoft! willen we een bijzonder archiefstuk laten zien, dat invloed heeft gehad op de geschiedenis of op iemands persoonlijke leven in vroegere tijden. In de depots van de gemeenten die zijn aangesloten bij het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe vinden we veel bijzondere documenten. Stuk voor stuk zijn dat kleine parels in onze ‘schatkamer’. Omdat archief van ons én van jou is, willen we deze prachtige stukken graag met je delen! Heb je vragen of verzoekjes voor een artikel? Laat het ons weten via een reactie of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. We zoeken graag het een en ander voor je uit. Uiteraard kun je altijd verder onderzoek doen in onze studiezalen. Wil je langskomen? Maak dan een reservering via www.snwv.nl.

Deze keer in Afgestoft!: De Armenjager

De term armenjager spreekt nogal tot de verbeelding. In gedachten zie je een man met een woest uiterlijk achter de armen aanjagen. De armen worden nog net niet met een bajonet in hun bil geprikt en op die manier over de grens van de jurisdictie van de armenjager gedwongen.

Het beroep
Dat was echter wel de basis van het beroep armenjager. In een tijd waarin de overheid geen tot weinig armenzorg op zich nam, waren veel mensen overgeleverd aan de bedelarij. Ze zwierven rond en knoopten met veel moeite de eindjes aan elkaar. In de achttiende eeuw namen het aantal landlopers behoorlijk toe. Omdat deze mensen vaak door de overheid werden gezien als lastig en de kerken niet alle middelen hadden om deze armen een kans op een goed leven te geven, werd de armenjager in het leven geroepen. Deze ‘ambtenaar’ was in dienst van de lokale overheid, maar leidde vaak zelf ook een armoedig bestaan.

Dat loont…
De armenjager kreeg betaald vanuit het lokale bestuur. Soms was het zo dat de lokale bevolking een jaarlijkse contributie moest bijdragen om het salaris van de armenjager bijeen te brengen. Zo ook in Hierden. In een cedel uit het archief van het Stadsbestuur Harderwijk lezen we: “Cedule, waer na, in gevolge resolutie van de Magistraet in dat den 5[e] Octob[er] 1705 ter presentie van [de] burg[e]m[eiste]r[e]n van Hierde genomen, bij den Armenjager alle halve jaer sal opgebeurt worden een gerechte halffscheijt voor een jaerlijcx tractement”.
Daaronder staan namen van inwoners die een aantal stuivers bijdragen aan het loon van de armenjager. Dat varieert, zo draagt Aert Cnelissen twaalf stuivers bij en Wouter Albertsen Snijder vier stuivers. Wellicht werd de hoogte van de contributie bepaald door het inkomen of het beroep dat je had. Dat is niet bekend. In het archiefstuk staan circa twee bladzijden aan namen die bijdragen. Dat toont aan dat een behoorlijk deel van de bevolking bijdroeg aan de jaarlijkse contributie.

Richterambt Oldebroek
Het richterambt Oldebroek was kleiner dan de huidige gemeente Oldebroek. Wezep, Hattemerbroek, Oosterwolde en Mulligen vielen niet onder de jurisdictie van het richterambt. De richter voerde eigenlijk alleen werkzaamheden met een juridische grondslag uit. De Oldebroeker richter had meer zelfstandigheid dan zijn collega’s in de regio. Tot 1579 werd hij benoemd door de hertog van Gelre en daarna door de Staten van Gelderland. De richter was altijd van adellijke afkomst en moest pacht betalen om het ambt uit te oefenen. Het aanstellen van een armenjager was één van zijn taken.

In het archief van het Richterambt (toegang 2001) vinden we een registratie met inventarisnummer 25: "Armjager en amptsdienaer in ’t Oldebroek" genaamd. De registratie loopt van 1751 – 1759. In april 1751 wordt de eerste armenjager aangesteld: “Alsoo voor de rust en securiteit der goede woonderen en opgesetenen des ampts Oldebroek vereist word een bekwame armejager tot wering van vagaburderent, en ander kwaat volk. Soo is ’t dat ik ondergeschreven richter aengestelt heb tot wederseggens toe, de persoon van Hans Willem Spintelaer tot armjager des ampts Oldebroek, en sulx op sodane tractement als daertoe reets is gesteld of nogmaels nog gestelt sou mogen worden. Waertoe hem geinfungeert in voors[eide] bediening sig te qwijten na behoren”.

Spintelaer blijft armenjager tot 1755. Als zijn opvolger wordt Willem Hendriks den Hupsen benoemd. Hupsen overlijdt volgens het register in 1759. Gerrit Stevens biedt zich aan als de nieuwe armenjager.
Hij begint op 1 januari 1760 en en verdiend daarmee één gulden in de week. We weten niet tot wanneer Gerrit Stevens in dienst is geweest als armenjager. In het register komt geen verdere armenjager voor. Wellicht was de armoede in het richterambt en de regio niet meer zo groot dat een armenjager nog nodig was.

De armenjager is één van de verdwenen beroepen. Dit kwam mede doordat de overheid een grotere rol ging spelen in de hulpverlening. Het ontstaan van maatschappelijke initiatieven in de negentiende eeuw, zoals de Koloniën van Weldadigheid speelden een rol in het afnemen van landloperij.