In Afgestoft! willen we een bijzonder archiefstuk laten zien, dat invloed heeft gehad op de geschiedenis of op iemands persoonlijke leven in vroegere tijden. In de depots van de gemeenten die zijn aangesloten bij het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe vinden we veel bijzondere documenten. Stuk voor stuk zijn dat kleine parels in onze ‘schatkamer’. Omdat archief van ons én van jou is, willen we deze prachtige stukken graag met je delen! Heb je vragen of verzoekjes voor een artikel? Laat het ons weten via een reactie of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. We zoeken graag het een en ander voor je uit. Uiteraard kun je altijd verder onderzoek doen in onze studiezalen. Wil je langskomen? Maak dan een reservering via www.snwv.nl.

Deze keer in Afgestoft!: Houd de dief! 

Het zat hem niet mee. Hij had het natuurlijk kunnen weten, ooit zou het allemaal uitkomen en zou hij gepakt worden. Toch was het dom geweest. Zijn vrouw, die in verwachting is, zou hem wel villen als zijn daden haar ter ore kwamen. Als ze de kans kreeg! Wellicht had hij geluk dat hij in Elburg was gepakt, en niet in de stad waar hij had gestolen. Dan zou de straf niet mals zijn.

Claas & Alberta
Zouden dit de gedachten geweest kunnen zijn van Claas Selmer in de zomer van 1739?
Nog geen jaar is hij getrouwd met Alberta. Claas is op 29 augustus 1738 in ondertrouw gegaan met zijn Alberta. In de akte¹ staat dat Claas 32 jaar is, in Keulen is geboren en op dat moment op de Noordermarkt in Amsterdam woont. Hij wordt vergezeld door zijn getuige, Jacob Anthonijse.
Alberta van den Brink is dan 21 jaar, ook woonachtig op de Noordermarkt en zij neemt als getuige Catharina van den Bos mee. Doordat Claas zijn getuige, Jacob Anthonijse, wordt benoemd in de akte als getuige, kunnen we deze Claas met zekerheid verbinden aan de Claas Selmer in Elburg. Jacob Anthonijse wordt later genoemd in de getuigenverslagen rondom het proces van Claas. Het is erg onwaarschijnlijk dat het hier om twee verschillende mannen met dezelfde naam gaat.

Hoe komt het dan dat hij in juli 1739 gevangen genomen wordt? En niet gevangen in Amsterdam, maar in Elburg? Uit het verslag van zijn rechtsproces blijkt dat hij behoorlijk wat op zijn kerfstok heeft. Helaas kunnen we geen documenten vinden waaruit blijkt dat Claas Selmer op dat moment in Elburg woont of iets in Elburg heeft gedaan waardoor hij gevangen is genomen.

Een zondig leven
In het vonnis van Claas is beschreven wat hij allemaal op zijn kerfstok heeft. Zo heeft hij uit het huis van Christiaan Frederik Franck in Amsterdam een gebloemde kamisool, een damasten hemdrok met zilveren knopen, een bruin overhemd, een gestreepte borstrok en twee knoopjes gestolen. Ook bekent hij dat hij in de Vijff Matroosen – een bekende Amsterdamse herberg voor zeelui – een kabaijtjen² heeft gestolen en aangetrokken. Daar is hij echter in Amsterdam al op betrapt en heeft het weer moeten teruggeven. Tevens had hij in Amsterdam een commandeur belooft om naar Groenland te varen, maar had hij nooit meer iets van zich laten horen nadat hij een maand salaris à 19 gulden als voorschot had gekregen.

Gerechtelijk onderzoek
Het bestuur van Elburg doet grondig onderzoek naar de dief, zo blijkt uit de minuten van uitgegane stukken³. Maar liefst drie brieven schrijft de stadsecretaris. Één naar de schout van Hattem, de tweede naar het stadsbestuur van Rotterdam en de laatste naar het stadsbestuur van Amsterdam.
In de brief naar de schout van Hattem doet de secretaris, namens de Elburgse burgemeesters, schepenen en raden het verzoek om een kist te onderscheppen die onderweg zou zijn met de veer van Hattem naar Zwolle. Het stadsbestuur wil graag weten of de kist de eerder genoemde gestolen goederen bevat. Voor de gedane moeite wordt de schout alvast hartelijk bedankt: “sullende wij in gelijcke gevallen altoos weder vaardig sijn”.
Het stadsbestuur in Rotterdam wordt aangeschreven of ze willen nagaan of een schoonmaakster van Anthonij Gril in de Pottebackerssteeg tegen ene Christiaan Frederik Franck dat de bewuste Claas Selmer van hem zou hebben gestolen. Of het stadsbestuur de informatie met Elburg wil delen. Wederom worden de Weledele grootachtbare heren bedankt, en het Elburgse bestuur zal in gelijke gevallen dezelfde dienst verlenen aan Rotterdam.
Naar Amsterdam wordt dan de derde brief verstuurd. Klopt het dat Claas heeft gestolen van Christiaan Frederik Franck in de Nieuwe armesteeg (Nieuwezijdse Armesteeg) in ’t Wapen van Pruijssen en Sweden? En of het ook klopt dat hij in de Vijff Matroosen in de Engelse Steeg is betrapt op het dragen van een borstrok die van Jacob Anthonijse was? Het Elburgse stadsbestuur hoort het graag, dan kunnen ze de bekentenis van Claas verifiëren.

Reactie op de brieven verschijnt al snel. De schout van Hattem beaamt dat hij de kist heeft onderschept. Hij verbaasde zich wel; want de kist zou op het veer nog geopend zijn – onder toeziend oog van twee getuigen – omdat men dacht dat ‘daerin [gestolen] gedistilleerde wateren’ zaten. Hij stuurt de kist met inhoud naar het stadsbestuur van Elburg. Uit Amsterdam komt spoedig bevestiging van het gevraagde. Het klopt wat Claas heeft bekend. Rotterdam komt het bericht dat de schoonmaakster van Anthonij Gril Claas niet kent. Zij kunnen het stadsbestuur in Elburg niet verder helpen.

 

Vonnis
De hulp van Rotterdam is niet meer nodig. Het is het stadsbestuur duidelijk dat Claas een zondig leven lijdt en daarvoor gestraft dient te worden. Het vonnis windt er geen doekjes om: “Saacken! Waaruyt blijkt dat den gevangene van een quaad gedrag en ergelik leven is, die in een land van justitie niet tolerabel, maar andere ten exempel strafbaar sijn”.
Claas Selmer zal zijn straf niet ontlopen. Hij wordt voor eeuwig verbannen uit Elburg. Tevens wordt hij naar een executieplaats gebracht, om daar aan de kaak gebonden te worden. Eenmaal vastgebonden wordt hij ‘strengelik’ door een scherprechter gegeseld. De straf is voltrokken op 23 juli 1739.
Waarschijnlijk is Claas op de ‘Myddelbroche’ gegeseld. Dit was de brug op het kruispunt Beekstraat-Jufferenstraat. Daar werden in die tijd de vonnissen voorgelezen en de straffen voltrokken.

Epiloog
Claas komen we daarna inderdaad niet meer tegen in Elburg. In september 1739 wordt zijn zoon, ook een Claas, gedoopt in Leeuwarden. Helaas is er geen lidmaatschap van Claas Selmer of Alberta van den Brink terug te vinden in het Historisch Centrum Leeuwarden. Het is daarom helaas niet duidelijk of Claas daadwerkelijk in Leeuwarden was in september van dat jaar. Het is mogelijk dat Alberta bij de doop toch beide ouders in het doopboek heeft laten beschrijven.
Toch duikt Claas weer op in Amsterdam. Hij en Alberta laten in 1745 hun tweede kind dopen. Op zondag 8 september 1748 overlijdt Claas Selmer in Amsterdam. In zijn overlijdensakte is genoemd dat hij dan op de Lindegracht woont.

 

¹ Stadsarchief Amsterdam, 5001 Ondertrouwregister, inventarisnummer 581. 174.
² Een Indisch huisjasje.
³ SNWV, 1001 Stadsbestuur Elburg 1320-1810, inventarisnummer 370.